Floor Borsboom

Literaire vertalingen

Te verschijnen in 2017:

  

  • De messcherpe en melancholieke roman Babylon van Yasmina Reza (De Bezige Bij)

  • Elisabeth, de – enigszins gedesillusioneerde – zestigjarige vertelster van het verhaal, organiseert met haar man Pierre een feestje voor vrienden. Na afloop vindt er 's nachts een drama plaats bij de boven-buren Jean-Lino en Lydie. Een ruzie om een ogenschijnlijke futiliteit (Lydie verwijt Jean-Lino dat zij hem bij de feestgangers belachelijk heeft gemaakt omdat ze het in een restaurant voor de kippen op-neemt) loopt volledig uit de hand en als Lydie de nukkige poes van Jean-Lino vervolgens een schop verkoopt, ontsteekt hij in blinde woede en wurgt haar. Vervolgens ontrolt het verhaalt zich als een zwarte klucht, een genre waarin Yasmina Reza excelleert. Met – schrijnend – humoristische voorval-len schetst ze in flashback het verloop van het feestje met alle intellectuele maar ook burgerlijke gasten van middelbare leeftijd en de dramatische ontknoping, waarna Jean-Lino de hulp inroept van zijn onderburen. Pierre wil er eigenlijk niets mee te maken hebben en zegt Jean-Lino alleen dat hij zich moet aangeven bij de politie. Elisabeth neemt het op voor Jean-Lino, de kinderloze Italiaan en bovendien van joodse komaf, met wie ze zich verwant voelt vanwege hun beider – onverwoorde – eenzaamheid,net als de verloren zielen geportretteerd door Robert Frank, de door Elisabeth bewonderde Amerikaanse fotograaf. In een opeenvolging van slapstickachtige taferelen – het lijk wordt in een koffer gestopt en naar beneden gezeuld met de bedoeling om het te verstoppen, Jean-Lino belt toch de politie, waarna hij en Elisabeth worden opgepakt en op het bureau worden verhoord – trakteert Reza de lezer op sarcastische bespiegelingen over de leegte van het bestaan, de holle concepten waarmee we schermen, alles geraffineerd en toch zonder opsmuk beschreven, met een vlijmscherpe, trefzekere pen. Maar daarachter gaan veel verzwegen leed en ingehouden tranen schuil, die deze roman over verlies en verlatenheid tekenen. Verlies van een eerste, nooit verwerkte liefde voor Elisabeth, verlies van identiteit voor Jean-Lino, die bekent dat hij nooit de psalm heeft begrepen die zijn vader vroeger na het avondeten voorlas: « Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij Sion gedachten. » Zo gaat Reza's roman over de ballingen die we allemaal zijn. Ballingen van onszelf, want ons bestaan biedt geen enkele kans op continuïteit, en ballingen van elkaar, want taal is slechts een uitdrukking van de onmogelijkheid om ons zelf uit te drukken. Toch slaagt Reza er in om onze diepste geheimen en onze weggestopte angsten te verwoorden en deelbaar te maken.

  • De bekroonde roman Laatste dagen op Ellis Island van Gaëlle Josse (De Geus)

  • Na publicatie van verscheidene dichtbundels debuteerde Gaëlle Josse (1960) in 2011 met de roman Les heures silencieuses. Haar vierde roman, Le dernier gardien d’Ellis Island (2014), werd in 2015 bekroond met de EU-Literatuurprijs (European Union Prize for Literature).
    Het immigratiecentrum van Ellis Island, waar vanaf 1892 miljoenen immigranten uit Europa werden opgevangen, gaat zijn deuren sluiten. Het is 1954. Directeur John Mitchell, die zijn hele werkzame leven op Ellis Island heeft gewoond, heeft nog negen dagen om zijn herinneringen te boek te stellen. Tegen de achtergrond van de geschiedenis van en de gang van zaken op Ellis Island schetst hij de gebeurtenissen die van immense invloed op zijn leven zijn geweest: de dood van zijn dierbare vrouw Liz aan tyfus in 1920 en de komst van de Cincinnati uit Napels in 1923 met Nella Casarini en haar broertje Paolo aan boord. Mitchell is altijd een uiterst gewetensvolle, nogal ambtelijk ingestelde directeur en een trouwe dienaar van zijn land geweest, maar hij heeft de Cincinnati uit de archieven van het centrum laten verdwijnen, en langzaam maar zeker komt de lezer erachter wat hem daartoe bewogen heeft.
             Laatste dagen op Ellis Island is een literaire verbeelding van de geschiedenis van Ellis Island en meer in het algemeen van Amerika in de vorm van een apologie. Josse heeft zich uitgebreid gedocumenteerd, verkrachting en diefstal waren op Ellis Island aan de orde van de dag, mensen met ernstige kwalen en politiek suspecte figuren werden inderdaad niet toegelaten en teruggestuurd, maar al haar personages zijn fictief, zoals ze zelf stelt in de epiloog, met uitzondering van Arne Peterssen, de laatste ‘gevangene’ van Ellis Island; Augustus Frederick Sherman, werkzaam op Ellis Island, die tussen 1904 en 1924 talloze foto’s maakte van de net aangekomen immigranten; en Luigi Chianese, tolk Italiaans en later gerenommeerd advocaat, die als zodanig niet heeft bestaan maar gebaseerd is op Fiorello La Guardia, burgemeester van New York. De roman is subtiel opgebouwd.
             Er is niet echt sprake van een plot, maar eerder van een vertelstructuur waarbij de stukjes van de puzzel langzaam maar zeker op hun plaats vallen. Stilistisch is de roman zeer geslaagd: syntactisch tamelijke ingewikkelde zinnen en een zekere wijdlopigheid, waarin wellicht de ambtelijke pen van de directeur die dagelijks rapporten moest schrijven te herkennen valt.